Schoppen, schelden, niet willen slapen. Jarenlang dacht Joshua Livestro dat hij een heel lastig kind had. Tot de artsen ontdekten dat Daniel (11) PDA heeft. “Hij is niet stout, hij is bang.”

Daar sta ik dan, met ingehouden woede, half schreeuwend: “Hou op met schoppen! Nee,
niet met de iPad gooien! Kleed je nou eens uit en ga gewoon naar bed!” Voor de meeste ouders zou het een schokkend tafereel zijn, voor een ouder van een kind met PDA is het een heel gewone afsluiting van de dag. Ik weet niet beter dan dat mijn oudste zoon Daniel (11) zich met alle mogelijke middelen verzet tegen het naar bed gaan. Met argumenten: “Nee nog niet, mijn haren zijn nog nat van de douche. Als ik nu ga slapen krijg ik nachtmerries over dat ik op de Titanic zit.” Met gescheld – zijn standaardantwoord op de vraag of het niet eens tijd wordt om te gaan slapen is: “Fuck een eind op, kontneukende tietenrukker!” (voor een PDA-kind kan de woordkeuze nooit schokkend genoeg zijn). Desnoods met geweld: slaan, trappen, krabben, bijten, dingen naar mijn hoofd gooien, elk middel lijkt geoorloofd. Nadat de rel is gesust, volgt de traditionele checklist voor het slapengaan: “Is de achterdeur op slot? En de voordeur? En de ramen in de garage? En in de badkamer?” Pas als ik dat allemaal nog eens heb gecheckt, mag eindelijk het licht uit.

PDA, een afkorting voor Pathological Demand Avoidance: een aandoening in het autistisch spectrum die zo recent ontdekt is dat er nog geen Nederlandse vertaling voor bestaat. Het lijkt van buitenaf bekeken nog het meest op een soort aangeboren stoutheid. Ook in Daniels geval. Nog voor hij kon kruipen, hadden we er al last van.

Lees het hele verhaal in Kek Mama 12-2015.

In samenwerking met Kek Mama