Ik voel ze nog. De vingernagels van mijn moeder die zich in mijn mollige bovenarm boorden. Telkens als ik iets te snel de stoep af dreigde te hobbelen, greep ze me paniekerig beet, doodsbenauwd dat ik onder een voortrazende truck zou belanden.

Wat heb ik dat panische geknijp altijd irritant gevonden. Tot ik zelf kinderen kreeg. Want ook ik ben tegenwoordig een regelrechte schijterd. Als ik lees over een kind dat is verreden terwijl het naar school fietste, zijn lijfje verwrongen onder het staal, kan ik het wekenlang niet laten om “Kijk je wel uit?” te misthoornen elke keer dat mijn zoons hun neusjes buiten de deur steken. Ik wil echt dat mijn kroost eerder onverschrokken opgroeit dan angstig, maar stiekem ben ik een overbezorgde moederkloek.

Een vriendin van me is nooit aan kinderen begonnen want, zei ze, “als hen iets zou overkomen, zou ik het niet overleven.” Ik begreep dat wel. Maar als ik was weggedoken voor het moederschap had ik zo veel gemist. Babywangen zacht als perzikvel, spinaziebesmeurde smoeltjes, de sensatie van een legoblokje dat zich in mijn hiel boort terwijl ik midden in de nacht een brakende kleuter troost (oké, dat had ik kunnen missen), natte kusjes op mijn neus en goede gesprekken als “Mama, ik ben met mijn pipi getrouwd.” “Dat zijn alle mannen, lieverd.”

Lees de hele column van Roos in Kek Mama 06-2015.

Roos Schlikker is journalist, schrijver, columnist en theatermaker, zowel letterlijk als figuurlijk. Samen met haar man heeft ze twee zonen: Miró (5) en Róman (3). Mail Roos op roos@kekmama.nl.

 

In samenwerking met Kek Mama