Ik zal niet schreeuwen. Ik zal niet schreeuwen. Ik zal niet… schiet nou toch eindelijk eens op, stelletje lampenkappen! Hoe vaak heb ik me al voorgenomen mijn stem niet te verheffen tegen mijn kinderen? Het lukt regelmatig. Een minuut of drie. Maar dan komt er onherroepelijk weer een moment dat ik met rode kop enorm kabaal sta te maken.

Helaas, ik ben luid en heb een kort lontje. Al mijn Hollandse blonderigheid ten spijt, schuilt er stiekem een hevig gesticulerende Italiaanse feeks in me die, als de buffelmozzarella thuis bedorven lijkt, op misthoornvolume blèrt dat er nooit iemand op tijd inkoopt en ik stapelkneitermesjogge word maar dat ik wel vréselijk véél van iedereen houd, want ook mijn liefde betuig ik uitbundig.

Toch wil ik graag een serene moeder zijn, zo eentje die haar kinderen relaxed verzoekt of ze alsjeblieft hun schoentjes willen aantrekken, wat die hartenlapjes natuurlijk onmiddellijk doen. Bij ons gaat het alle voornemens ten spijt gegarandeerd mis, omdat om half negen ’s morgens mijn kinderen nog piemelnaakt de Macarena dansen en ik die verdraaide schoenen uit bed, bad of kattenbak dien te vissen. Prompt sta ik weer te krijsen.

Toch probeer ik ermee te stoppen, want beheersing is goed. Laatst dreigde mijn oudste met poep te vingerverven op de woonkamermuren. Ik besloot het eens anders aan te pakken. Zwijgend pakte ik hem op en liep de trap af, richting zijn kamertje. Hij spartelde, maar niet ferm, het ging makkelijker dan ik dacht. En stiller vooral. Ik zette het jong neer, keek hem intens aan en zei met lage stem: “Zo, laten wij hier eens een goed gesprekje hebben.” Ik was kalm, totally in control.

Helaas echter kun je het meisje wel uit de hysterie halen, maar de hysterie niet uit het meisje. Dus gooide ik iets te hard de deur open, vergetend dat daarachter een speelmatras lag, waarna het gevaarte met keiharde klap terugveerde. De deurkruk belandde pal naast het oog van mijn zoon, een sneetje achterlatend dat zo begon te bloeden dat het leek alsof we de Macarena in een slachthuis hadden gedanst. Toen ik hem de volgende morgen naar school bracht, wees de juf naar zijn oog. “Wat is dat?” Mijn zoon zette zijn zieligste gezicht op en pruilde: “Heeft mama gedaan.” Ik ben zelden zo stil geweest.

Roos Schlikker is journalist, schrijver, columnist en theatermaker, zowel letterlijk als figuurlijk. Samen met haar man heeft ze twee zonen: Miró (5) en Róman (3). Mail Roos op roos@kekmama.nl

In samenwerking met Kek Mama