Leo zei tegen zijn kinderen dat hij moe was, in werkelijkheid is hij manisch-depressief. “Ze hadden een vader die als een schim op de bank lag.”

“Mijn dochter Maartje was negen maanden toen het begon. Ik was 29 en gelukkig getrouwd met Roos, had een goede praktijk als aannemer en een leuk leven. Met vier vrienden was ik op fietsvakantie in Italië. Op de laatste avond zaten we gezellig te borrelen bij het kampvuur. Toen werd ik uit het niets overvallen door een gevoel van totale eenzaamheid; door de gedachte dat ik alleen was in het leven, dat ik alleen dood zou gaan. Het sloeg nergens op, ik zat daar met mijn beste vrienden. Het akelige was dat hun gezelschap me niet troostte. Ik keek naar hun vrolijke gezichten, en voelde me van ze vervreemd. Ik kon me niet concentreren op wat ze zeiden, zag alleen hun lippen bewegen. Alsof ik in een onzichtbare glazen kooi was beland waar geen geluid doordrong. Ik raakte in paniek, begon te transpireren, voelde dat ik ging hyperventileren.

Totale paniek

Terwijl ik probeerde gewoon door te ademen vroeg mijn buurman iets over voetbal. Ik gaf een warrig antwoord. Blijkbaar sloeg ik de plank mis, want hij keek me verbaasd aan. ‘Blijf je er een beetje bij, Knorrie’, zei hij. Ik zei dat ik naar de wc ging, sloop naar mijn kamer, ging in bed liggen en trok de dekens over me heen, trillend van angst. Af en toe viel ik een paar minuten in slaap, en werd dan totaal in paniek wakker.

Verkeerde diagnose

De volgende ochtend vroegen mijn vrienden waarom ik niet terug was gekomen. Ik durfde niet te vertellen dat ik knettergek was geworden mompelde dat ik moe was, dat ik te hard had gewerkt. Ze wisten dat ik de maanden tevoren een groot project had afgerond. Ik had al die tijd nergens anders over kunnen praten – alsof ik met de redding van de wereld bezig was. Ik had dag en nacht gewerkt en veel te weinig geslapen. De laatste dag van onze fietsvakantie wist ik me goed te houden. Pas toen ik ’s avonds thuiskwam begon ik te huilen. Roos wist niet wat haar overkwam. Ze had zich verheugd op een uitgeruste man en was zelf ook hartstikke moe. Die nacht hielden Maartje en ik een soort huilwedstrijd. Roos had opeens twee baby’s, waarvan een hele grote. De volgende ochtend belde ze de huisarts. Die stelde meteen de verkeerde diagnose: een burnout. Begrijpelijk, maar in werkelijkheid was het een depressie als gevolg van een genetische ziekte: een bipolaire stoornis, ofwel manische depressiviteit. Maar dat werd pas vijf zogenaamde burn-outs later ontdekt. Toen pas kreeg ik het goede medicijn: lithium. Mensen met bipolariteit hebben lithium nodig zoals mensen met suikerziekte insuline. Uit het boek van Isa Hoes, dat ik heb verslonden, begreep ik dat haar man Antonie Kamerling pas een week voor zijn dood hoorde dat hij de ziekte had. En toen was het te laat.

Lief en geduldig

Ik was in eerste instantie dolblij met de diagnose. Omdat het betekende dat ik niet gek was en dat het gewoon weer overging. Daar werd ik rustiger van. Maar het allerbelangrijkste kalmeringsmiddel was Roos. In het begin was ik bang dat ik me ook bij haar sterk moest houden. Dat ik de macho moest zijn waar ze op was gevallen. Maar die angst week al snel; het was een openbaring hoe lief en geduldig ze was. Als ze weg was, lag ik de hele tijd op de bank naar de deur te kijken of ze weer binnenkwam.

Lees het hele verhaal in Kek Mama 04-2016. Bestel hier online.

In samenwerking met Kek Mama