Gijsje van Bentum wordt gek van de luizen. “Zucht. Je moedertje kamt vanavond de neten er wel weer uit.”

Ze komen onaangekondigd. En altijd op het verkeerde tijdstip. Als je een luis nu eens op een regenachtige zondag op je borstel zou betrappen, zo’n dag waarop je verder toch niets te doen hebt. Maar nee, net als een baby die vlak voor een sollicitatiegesprek over je heen kotst, hebben luizen de neiging om, pak ’m beet, op een spierwitte vergadertafel uit je haar te vallen en doodleuk richting mevrouw de directeur te wandelen – waarop je hem wel móet pletten met tot gevolg een Dexteriaanse bloedvlek op de smetteloze tafel. Je veegt het bloed snel weg, maar het is te laat. Als mevrouw de directeur een tiener was, zou ze heel hard iiiiiieeeeew gillen – maar ze schraapt ostentatief haar keel en werpt een dodelijke blik richting die vieze vrouw in de belangrijke-mensenclub. Geloof het of niet, dit is me overkomen.

Calvinistisch kammen

Ook een keer meegemaakt: ik ben aanwezig bij een internationaal debat over ‘de vrouw als economische grondstof’. De voertaal is Engels. Al snel ontaardt de discussie in een klaagzang over de onmogelijke combinatie werk en kinderen. Vriendin Cécile (hoofdredacteur en moeder van twee) staat te trappelen om haar mening te geven, pakt de microfoon en zegt, om maar even te illustreren dat zij de kunst van het schipperen tussen werken moederen wél verstaat: “Hello, I’m Cécile, editor in chief and a lice mother.’ De zaal valt stil. Lice mother? Is dat zoiets als Mother of Dragons? Wat al snel blijkt: luizenmoeder is een uniek Nederlands fenomeen. We hebben zelfs een Queen of Lice: Máxima. De koningin is ook gewoon luizenmoeder. In de meeste landen werkt de vrouw óf fulltime óf niet. En als ze fulltime werkt heeft ze geen tijd om luizen te pluizen. In die landen hebben ze  kindermeisjes, en die behandelen de kinderen met effectief antiluizenspul. Dat maakt het kind wellicht onvruchtbaar maar hé, de luizen zijn dood, het gezin kan weer verder. Prima toch? Onze huisdieren spuiten we immers ook zonder blikken of blozen antivlooienspul in de bloedbaan. Vorig jaar heb ik met een luizenmiddel dat ik in Griekenland op de kop had getikt in tien minuten zo’n tweehonderd luizen en neten gedood. In ons land is zulk gif verboden en moeten we calvinistisch kammen, niet één maar twee keer per dag, want de luizen zijn ‘resistent’ tegen de laffe goedjes van de drogist. Onze dochters hebben haar tot aan hun kont – dat knippen we niet af want dat is zielig. Confrontaties met onze kinderen gaan we sinds de jaren zeventig uit de weg. Wil je je haar niet in een vlecht, schat? Prima, je doodvermoeide moedertje kamt vanavond de neten er wel weer uit. Papa interesseert het sowieso geen zier. Ik heb een vader ooit horen beweren dat luizen nomaden zijn – ze trekken vanzelf wel weer verder.

Lees het hele verhaal in Kek Mama 05-2015. Bestel hier online.