1 op de 10.000 kinderen heeft het gevoel in het verkeerde lichaam te zijn geboren. “Het enige wat ik hem niet kan geven, is een piemeltje.”

Christel Smits-Wijnands, moeder van Joep (8):

“In het dagelijks leven kost het ons geen moeite Joep te zeggen, maar zodra we over vroeger praten, springen we automatisch over op Anna. We kunnen nu eenmaal niet vertellen over Joeps geboorte, want we hebben die van Anna meegemaakt. Grappig genoeg had Joep zelf in het begin ook moeite met zijn nieuwe naam. De eerste paar keer reageerde hij niet als we hem riepen.
Toen Anna twee was kreeg ze een neefje: Joep. Het was het eerste jongetje in de familie. Van meet af aan zei Anna: ‘Ik ben ook Joep.’ In het begin denk je: dit is een fase. Ik had nog nooit van genderkinderen gehoord. Ik kende alleen Kelly uit Big Brother. Een kennis opende me de ogen. Die zei: ‘Ik heb een neef, die was vroeger mijn nichtje. Als jouw kind zegt dat het een jongetje wil zijn, moet je dat serieus nemen.’
Toen Anna vijf was, zei ze een keer heel nadrukkelijk in de auto: ‘Mama, ik voel me écht een jongetje.’ Zo ernstig en duidelijk – toen realiseerden we ons dat dit geen fase was.
In eerste instantie vond mijn man Anna te jong om het gendertraject in te gaan, maar ik wilde niet pas in de puberteit beginnen. Dan ben je te laat. Sinds Anna echt als Joep door het leven gaat, is er een last van hem afgevallen. Dat is zo mooi.
Soms is het ook pijnlijk. Joep zegt vaak dat hij graag een piemeltje zou willen. Hoe verdrietig ook, dat is het enige wat we hem niet kunnen geven.
Natuurlijk maken we ons weleens zorgen. Als stoere vrouw heb je een makkelijker leven dan als transman. Gelukkig reageert de omgeving positief.
Het gekke is: toen ik in verwachting was, heb ik altijd gezegd dat ik zeker wist dat het een jongetje was. Achteraf gezien heb ik gelijk gekregen.”

Lees alle portretten in Kek Mama 10-2015. Online bestellen doe je hier.